Soft landing voor de rente- en obligatiemarkt

Op 1 januari 2026 stapten drie van de vijf grootste Nederlandse pensioenfondsen over naar het nieuwe pensioenstelsel. Deze transitie gaat vaak gepaard met aanpassingen in het strategisch beleggingsbeleid, waarvan de inrichting van de renteafdekking een essentieel onderdeel vormt. Dit voedt al langer de zorg dat pensioenfondsen, die vaak als grote spelers in de Europese swap- en obligatiemarkt worden gezien, rondom de transitiedatum aanzienlijke posities zouden moeten afbouwen. Een dergelijke verschuiving, ditmaal geconcentreerd rond 1 januari 2026, zou mogelijk tot verstoringen in marktliquiditeit, prijsvorming of volatiliteit kunnen leiden.


In dit artikel analyseren we het marktgedrag rond de transitiedatum. Hieruit blijkt dat abrupte marktbewegingen uit zijn gebleven mede dankzij de hogere dekkingsgraden van pensioenfondsen en de tijdige aanpassingen aan de aanbodzijde. Hoewel deze eerste signalen geruststellend zijn, verloopt de transitie gefaseerd en blijven verdere, gespreide aanpassingen mogelijk, wat voortdurende alertheid rechtvaardigt.

Impliciet gedaalde vraag door gestegen dekkingsgraden

Door de sterk verbeterde dekkingsgraden van pensioenfondsen is het de vraag of de afbouw van de renteafdekking rond 1 januari 2026 nog daadwerkelijk zo omvangrijk was als eerder werd aangenomen. In het nieuwe stelsel wordt de renteafdekking namelijk bepaald op basis van het vermogen in plaats van de verplichtingen, waardoor een hoge dekkingsgraad automatisch leidt tot een lager renteafdekkingspercentage ten opzichte van het vermogen (bij een onveranderde portefeuille). Een belangrijk deel van de verwachte afbouw kan daarmee al impliciet zijn gerealiseerd. Dit roept de vraag op of fondsen hun renteafdekking nog actief en in grote stappen zullen verminderen. Daarnaast kan de gestegen dekkingsgraad voor sommige pensioenfondsen ook hebben betekent dat de noodzaak om de dekkingsgraad vlak voor de transitie actief te beschermen via een hoge rentafdekking mogelijk is afgenomen. De uiteindelijke markteffecten zouden daardoor minder groot en meer geleidelijk kunnen uitvallen dan aanvankelijk verwacht.

Bron: DNB, Aegon Asset Management.

Aangepast aanbod anticiperend op stelselwijziging

Het Nederlandse agentschap van het ministerie van Financiën, aangeduid als de Dutch State Treasury Agency (DSTA), anticipeert al langer actief op de komende pensioenstelseltransitie en laat dit duidelijk terugkomen in haar uitgifteagenda voor 2026. Net als veel andere landen kiest Nederland ervoor het lange eind meer te mijden en het aantal 30-jaars uitgiftes zoveel mogelijk te beperken. De focus verschuift daarmee naar staatsobligaties met een lagere gemiddelde duratie, wat past bij de veranderende marktvraag. De verwachting is dat pensioenfondsen door de transitie minder behoefte zullen hebben aan zeer langlopende obligaties voor de renteafdekking. Door nu al geleidelijk bij te sturen, voorkomt het DSTA een abrupte aanpassing later en speelt het in op een structureel veranderend vraagpatroon.

 

Bron: Bloomberg, 12 december 2025

 

Verloop van de swapmarkt in eerste handelsweek van januari 2026

  • Jaareinde en jaarstart – flow op de swapmarkt

De swapmarkt bleef rond jaareinde en de jaarstart redelijk stabiel. Op 30 december, wat effectief de laatste handelsdag is van het jaar, was geen verhoogde activiteit vanuit pensioenfondsen zichtbaar, terwijl de liquiditeit ruim voldoende bleef. Op 2 januari werd weliswaar meer gehandeld, maar dit betrof voornamelijk tweezijdige flows zonder duidelijke richting. In de eerste volledige handelsweek van januari bleef de markt dus gematigd, met flows vooral gerelateerd aan nieuwe uitgiftes en reguliere vermogensbeheeractiviteiten en in mindere mate van pensioenfondsen die aanpassingen maken voor hun renteafdekking. De hier waargenomen flows werden vooral gedreven door de nieuw uitgegeven obligaties, die vervolgens afgedekt werden door middel van euro swaps.   

  • Structurele aanpassingen door pensioenfondsen

Een groot aantal Nederlandse pensioenfondsen zijn per 1 januari overgegaan naar het nieuwe stelsel, maar de herijking van de renteafdekking lijkt gefaseerd plaats te vinden. Tot dusver is het marktbeeld in de eerste week van januari gemoedelijk, met beperkte intraday-bewegingen en een stabiele rentecurve, ondanks de licht verhoogde nervositeit. Eventuele aanpassingen in het ultra-lange segment (vanaf 40- of 50-jaars looptijd) worden momenteel opgevangen door voldoende tweezijdige flows, waardoor rentes en spreads nagenoeg onveranderd blijven. De grootste spelers aan het ultra-lange eind van de rentecurve zijn op dit moment vooral hedgefondsen die hun steepener posities lijken te sluiten doordat de verwachte vraag van pensioenfondsen naar payer swaps op het lange eind van de curve is uitgebleven. De markt blijft echter alert op mogelijke verdere flows vanuit pensioenfondsen, al is de verwachting dat pensioenfondsen dit geleidelijk en zonder abrupte verstoringen zullen willen laten plaatsvinden.

  • Versteiling van de swapcurve

De 20-50-jaars swapcurve is in de eerste helft van 2025 duidelijk versteild, met bijna 50 basispunten verschil op het hoogtepunt. Dit kwam doordat steeds meer informatie naar buiten kwam over de afdekkingsbehoeften onder de Wtp, waarbij de nadruk verschoof naar het 20-jaars segment en de behoefte aan zeer lange looptijden juist afnam. Echter, richting het jaareinde zien we eerder een afvlakking van de curve, wat erop wijst dat de verkoop door de markt goed wordt opgenomen. Hedgefondsen trekken een deel van hun uitgesproken posities omtrent het verder versteilen van de swapcurve in, nu een "big bang" is uitgebleven. Dit suggereert dat de verwachte markteffecten rond de transitie beperkter zijn gebleken dan eerder werd aangenomen.

Verwachte verstoring op swapmarkt bleef uit, maar waakzaamheid is niet onnodig

Voorafgaand aan de pensioenstelseltransitie werd vanuit zowel de vraag- als aanbodzijde al duidelijk dat de potentiële marktimpact waarschijnlijk beperkter zou zijn dan aanvankelijk werd gevreesd. Aan de vraagzijde leidde de sterk gestegen dekkingsgraad van pensioenfondsen ertoe dat een deel van de verwachte afbouw van de renteafdekking feitelijk al impliciet was gerealiseerd. Hierdoor nam de noodzaak tot grootschalige en abrupte aanpassingen rond de transitiedatum zichtbaar af. Aan de aanbodzijde anticipeerde het DSTA tijdig door de uitgifte van langlopende obligaties terug te schroeven, zodat het aanbod zich aansluit bij de veranderde vraag na de transitie.

De werkelijke marktontwikkelingen rond jaareinde en in de eerste week van 2026 bevestigen dit beeld. De swapmarkt, en met name het lange segment bleef stabiel, met voldoende liquiditeit. De waargenomen handelsactiviteit werd vooral gedreven door nieuwe uitgiftes en reguliere vermogensbeheeractiviteiten. De verwachte verstoringen in prijsvorming of volatiliteit zijn daarmee uitgebleven.

Tegelijkertijd is alertheid geboden. De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel verloopt gefaseerd en niet alle pensioenfondsen hebben hun strategische renteafdekking al volledig herijkt. Dat betekent dat er in de komende periode alsnog aanpassingen kunnen volgen, waarschijnlijk gespreid in de tijd, maar het zou impact op de markt kunnen hebben. Hoewel de eerste signalen geruststellend zijn, kan het een stilte voor de storm zijn en blijft het daarom belangrijk om de marktontwikkelingen nauwlettend te volgen en alert te blijven op mogelijke verdere flows van pensioenfondsen.

Disclaimer

Authors

Related Articles